Publicatiedatum: 28 april 2022 - 06:00

De onlangs aangekochte collectie Meissen-porselein is vanaf 27 april te zien op de Eregalerij van het Rijksmuseum. Meissen is het eerste in Europa geproduceerde porselein en werd gekocht door vorstenhuizen in heel Europa. Het porselein komt uit de verzameling van het Joodse echtpaar Margarethe en Franz Oppenheimer. Zij bezaten één van de belangrijkste collecties Meissen ter wereld. Sinds 1952 bevond deze zich in het Rijksmuseum en werd in 2019, na advies van de Restitutiecommissie, teruggegeven aan de erfgenamen. De aankoop is mogelijk dankzij steun van de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds, het Nationaal Aankoopfonds van het ministerie van OCW, de VriendenLoterij en een particuliere schenker.

Meissen-porselein behoort tot de absolute top van 18de-eeuwse kunst in Europa en het is fantastisch dat deze collectie weer te zien is voor het publiek. Het is belangrijk dat met de restitutie is bijgedragen aan rechtsherstel aan de nabestaanden van de familie Oppenheimer. Bovendien stelt het ons in staat aandacht te besteden aan het persoonlijke verhaal van dit echtpaar en specifieke herkomst van hun collectie in en na de Tweede Wereldoorlog.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum

Meissen-porselein

Meissen-porselein vormt één van de belangrijkste momenten uit de geschiedenis van de Europese toegepaste kunst. Aan het hof in Dresden werd in 1709 onder patronaat van de Saksische keurvorst Augustus de Sterke het eerste Europese porselein gemaakt. Tot dan toe was het geheim van de productie van het ‘witte goud’ alleen in Azië bekend. De verzameling van het echtpaar Oppenheimer bevatte vrijwel uitsluitend voorbeelden van de allerbeste beschildering en vergulding. De Meissen-collectie van het Rijksmuseum is mede daarom wereldberoemd en wordt gezien als de belangrijkste verzameling naast die van de Porzellansammlung in Dresden. Nergens in Nederland is Europese porselein op zo'n hoog niveau te zien.

Herkomstgeschiedenis verzameling Oppenheimer

Het Joodse echtpaar Margarethe en Franz Oppenheimer brengt vanaf 1902 in hun woonhuis in Berlijn een zeer belangrijke collectie vroeg Meissen-porselein bijeen. Onder druk van vervolging door het naziregime, besluiten ze in 1936 te vluchten naar Oostenrijk. Ze nemen een groot deel van hun collectie porselein mee. In 1938 - kort voor de Anschluss - vluchten ze opnieuw. Uiteindelijk vestigen ze zich in 1941 in de Verenigde Staten. Vlak voor hun tweede vlucht verkopen zij een groot deel van hun Meissen-verzameling aan Fritz Mannheimer.

Deze in Amsterdam woonachtige Joods-Duitse bankier verzamelde Europese kunstnijverheid uit de grote Europese vorstelijke collecties van de 16de tot en met de 18de eeuw. Na het overlijden van Mannheimer in 1939 werd diens nalatenschap failliet verklaard. De curator heeft de collectie vervolgens onder dwang aan de nazi’s verkocht om de schuldeisers van de bank te kunnen betalen. Na de oorlog is de collectie gerecupereerd en in beheer gekomen van de Nederlandse Staat. Een groot deel daarvan maakt sinds 1952 deel uit van de kunstnijverheid verzameling van het Rijksmuseum.

Restitutie

In 2016 hebben de erven van Margarethe en Franz Oppenheimer een claim ingediend bij het ministerie OCW. Daarvan waren 92 objecten in beheer van het Rijksmuseum. Na zorgvuldig onderzoek heeft de Restitutiecommissie de verkoop aan Mannheimer als gedwongen verkoop beoordeeld, omdat het echtpaar nooit had verkocht als ze niet onder enorme druk van vervolging door de nazi's hadden gestaan. De Restitutiecommissie heeft de minister vervolgens geadviseerd tot teruggave van de objecten aan de erfgenamen en in december 2019 heeft de minister hiermee ingestemd.

Het Rijksmuseum doet sinds 2012 ook zelf onderzoek naar de herkomstgeschiedenis van zijn collectie met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. De collectie Oppenheimer was door het museum op de website Museale Verwervingen vanaf 1933 aangemerkt als een collectie met een niet heldere herkomst.

Onmisbare steun

Het Rijksmuseum is dankbaar voor alle vormen van steun. Duidelijk is dat subsidie van de overheid, bijdragen van het bedrijfsleven en fondsen, schenkingen, nalatenschappen en Vrienden essentieel zijn en blijven voor het Rijksmuseum.

Downloads

Foto familie Oppenheimer, 1 augustus 1931, collectie familie Oppenheimer

Bovenste rij: Franz Moritz Herzberg en zijn vrouw Marie Louise Herzberg-Oppenheimer (dochter), Karl Oppenheimer (zoon) Onderste rij: Margarethe Oppenheimer, Karl (later Charles Francis) Herzberg, Dr. Franz Oppenheimer, Hans (later John) Peter Herzberg